• alle tegels
  • columns
  • Thuis

    Blik van buiten

    “Zo, jij bent zeker van Als je het mij vraagt?” Rick staat al op het tuinpad met uitgestoken hand. “Hallo, kom binnen!”
    Wat had ik verwacht? Een klinisch gebouw met een hek misschien, of anders op zijn minst een bordje naast de deur met het logo van Dichterbij. Maar als ik de voordeur binnenstap, sta ik in een doodnormaal woonhuis, zoals alle andere in deze Brabantse wijk. Deurmat, vloerbedekking, kapstok, trap naar boven.
    Huiselijke geluiden klinken uit de open keuken, waar vijf kinderen en twee begeleiders zitten te lunchen. “Welkom, schuif lekker aan”, zegt begeleidster Joyce vrolijk. Eén voor een begroet ik de kinderen. Ze stellen zich netjes voor: open blikken, weinig aarzeling.
    Hier aan de Koolenkampenstraat in Veghel wonen twaalf jongeren met een verstandelijke beperking, verdeeld over drie huizen met één begeleider per groep. De nieuwbouwwoningen vormen in feite een groot huis. Staan de schuifdeuren open, dan kun je meters ver door de gang kijken.
    Meestal zijn die tussendeuren dicht, vertelt Joyce, maar vanwege het zomervakantierooster is het nu wat losser allemaal. Zij en haar collega Richard zijn vanmiddag met z’n tweetjes. “Een paar kinderen zijn niet aanwezig, daarom is onze andere collega naar huis gegaan.” Intussen maant ze de 14-jarige Danny om nog wat te eten. “Je hebt pas twee boterhammen op, kletskous. Kijk nou, de rest is al lang klaar.”
    Terwijl Danny quasi-mopperend zijn cracker rijkelijk met vruchtenhagel bestrooit, kijk ik rond. De langgerekte woonkamer kijkt uit op een groene tuin. Ik zie een stalling vol tienerfietsen, een trampoline en een picknicktafel. Het huis zelf is gezellig ingericht. Op de salontafel voor de bank liggen een paar half-afgemaakte kleurplaten en aan de televisie hangt een Xbox 360.
    “Fien, kom eens! Hé, je bent hopelijk niet bang voor honden?”, vraagt Camilla (15) terwijl ze de schuifdeur openmaakt. Een jong donkerbruin beest stuift naar binnen. Op mijn vraag hoe lang Fien al bij hen woont, moet de groep hard lachen. Fien is er alleen vandáág en gaat straks weer naar huis met begeleidster Joyce. “Een paar keer per jaar kan dat wel, in de zomer”, knikt die. “Normaal gesproken is zo’n hond te druk voor erbij, maar in de vakantie proberen we toch wat extra leuke dingen met de kinderen te doen. Zoals ook een dagje Efteling, naar Walibi of kamperen op een boerderij en in de tuin.”
    Als ze hebben geholpen met het afruimen van de tafel, stuiven de kinderen uiteen. Hoewel, zijn het nog kinderen? Maar de binnen Dichterbij gangbare term ‘cliënt’ past hen ook niet. “Cliënt ben je in het zíekenhuis”, hoorde ik net aan de lunchtafel nog iemand zeggen. En laten we wel wezen, we zijn niet op een zorgplek. Dit is hun thuis.
    Celine nestelt zich in de stoel voor de tv en verdwijnt in een Xbox-spel vol draken. Jessica gaat verder met haar tekening en Camilla, dikke vrienden met Fien, verstopt samen met Joyce snoepjes door het huis, waarna de hond ze moet zoeken. Maar ik volg Rick, die meteen al te kennen gaf met mij te willen praten. Hij wenkt me mee naar buiten. “Zullen we dan maar?”

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Susanne Geuze (AD, de Volkskrant, NU.nl). Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.
    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *