• alle tegels
  • columns
  • Raw pink food

    Schreeuwende bewoners. Van boosheid, verdriet of plezier. De geur van shag. Het onophoudelijke gebonk van jumpstyle muziek terwijl grote mannenpraat op de achtergrond zachtjes aanstaat. Daartussen liggen ze: lichtroze garnaaltjes op een zacht bedje van risotto. Verfijnd afgemaakt met de kleinste, fijnste tomaatjes en rechtste reepjes wortel.

     

    Ik verwachtte piepers met jus. Die we zelf eerst hadden moeten jassen. Want we zouden mee helpen koken en het daarna samen opeten. Maar bij binnenkomst verraadt de geur al dat het anders gaat. Terwijl sommige jongens al een praatje met ons maken, anderen al veel praatjes hebben en weer anderen duidelijk niet van praten houden, houdt één iemand zich helemaal afzijdig. Volledig gefocust snijdt hij champignons. Niet met een lullig keukenmesje, maar op die jaloersmakende, vloeiende, tsjak-tsjak-tsjak manier die alleen koks op tv beheersen. En hij dus. Hier. Te midden van rokende, ruziënde, lachende mannen die dan weer lachend ruziën om te kunnen roken.

     

    Of we garnalen lusten, vraagt de kok voor hij de borden opmaakt. Een doorgezaagde, grijze regenbuis doet dienst als garneerring. De meeste jongens hier houden namelijk niet zo van gezond eten, vertelt hij. Wij wel. Wij willen gezond. De bewoner tegenover ons aan tafel niet. Die wil afvallen dus heeft net een heel stokbrood met kruidenboter op. Mooi. Nog een bord heerlijkheid voor ons.

     

    De risotto is zonder kaas. Dat maakt dat het niet zwaar op de maag ligt. De kastanjechampignons zijn zo perfect fijn gesneden dat de smaak helemaal is opgenomen door de bouillon waarin de risotto gegaard is. De reepjes wortel geven het gerecht een bite. Terwijl de kruiden gebruikt voor de garnaaltjes kloppen bij de heerlijke whiskeysaus. Waar ik slagroom en whiskey in zag gaan; altijd een goede combinatie. En die subtiel opgediend wordt. Geen lompe flats naast het eten, maar een verfijnde hoeveelheid aangebracht in een mooie, sierlijke, uitgevaagde lijn die je ogen en daarna smaakpapillen kietelt en doet verlangen naar meer.

     

    Heel even krijg ik de kok te spreken. Zodat ik mijn vragen kan stellen. Maar een kunstenaar houd je niet van z’n werk dus al te lang doorvragen durf ik niet. Terwijl ik eigenlijk zo nieuwsgierig ben. Want waarom staat iemand met zoveel talent hier te koken? Wie heeft het hem geleerd? Wiens naam staat er op zijn arm getatoeëerd? Waarom lukt het mij nooit om op die manier groentes te snijden? En hoezo is hij zo slank als hij zo godsgruwelijk lekker kookt? Ik zou er dik voor worden.

     

    Ik hoop dat hij de opleiding kan gaan doen waar hij me over vertelt: dagbesteding gecombineerd met de opleiding tot kok. Al vraag ik me af wat ze hem daar nog kunnen leren. Koken in een zachtere, rustigere omgeving misschien? Bevlogen is hij in ieder geval al. In plaats van met ons mee te eten, verdwijnt hij nadat wij gegeten hebben naar zijn eigen kamer. Lasagne maken.

     

    De volgende dag zijn m’n piepers thuis droog, is m’n vlees taai en m’n groente snot. Omdat de hond zeurde dat hij uit wilde, de buren lawaai maakten met hun geklus en de radio niet de juiste muziek speelde. Ik kan duidelijk niet wat de kok kan. Gelukkig maar dat ik gister stiekem een likje whiskeysaus heb gejat toen er even niemand keek… Proef ik dat gewoon nog in gedachten.

     

    Wanneer zou zijn eerste restaurant open gaan?

     

     


     

    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook schrijver/copywriter Rachel Felix. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

     

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *