• alle tegels
  • columns
  • Bijdragen

    Blik van buiten

    Mijn hele leven ben ik gewend dat mensen met een verstandelijke (of lichamelijke) beperking mijn leefomgeving met mij delen. Wanneer je net zoals ik bent opgegroeid in de omgeving van Gennep, dan zal je dit vast herkennen. Ik vind het normaal om ze – vaak onder begeleiding, maar soms ook zelfstandig – overal tegen te komen. In de bus, op een bankje bij het stoplicht en werkzaam als schoonmaker op mijn middelbare school. Veel moeders van vriendjes en vriendinnetjes werkten (en werken) in de zorg voor deze mensen, dus ik was me ervan bewust dat zij speciale aandacht nodig hadden én kregen. Maar hoe je deze zorg kunt invullen, wel of niet toegespitst op de mensen voor wie de zorg bedoeld is, daar heb ik nooit zo sterk bij stilgestaan als nu.
    Tijdens mijn bezoeken van de afgelopen maanden aan verschillende dagbestedingsgroepen heb ik hier veel over gezien. Graag deel ik hier een aantal voor mij belangrijke, overkoepelende observaties.
    Wat mij in het bijzonder is opgevallen, is dat er bij zowel de Bosploeg, Beeldkracht als Rintintin heel erg werd gekeken naar hoe hun medewerkers (de cliënten) iets konden bijdragen aan hun omgeving. Iedere dagbestedingsgroep biedt op eigen manieren deze mensen de kans om zich te ontplooien door een bijdrage te leveren aan de maatschappij.
    Bij Rintintin heb ik bijvoorbeeld John ontmoet. Een man die al sinds de oprichting van Rintintin bij hun werkt en houtbewerking doen. Hij maakt naambordjes en dierenplaatjes met een figuurzaag, schildert ze en soms hangt hij ze ook aan een slinger. John is slecht ter been en praat niet zomaar met iedereen, maar op deze manier kan hij zich toch dagelijks op een eigen, creatieve manier uiten. Zijn creaties worden weer verkocht! Hij maakte onlangs een slinger met houten figuren in de vorm van kinderkleertjes. Deze werd verkocht aan een zojuist bevallen moeder die hier ontzettend blij mee was.
    Zo draag John op een unieke en persoonlijke wijze zijn steentje bij aan het leven van anderen.
    Ook wordt op alle dagbestedingsgroepen aandacht besteedt aan de persoonlijke behoeftes van iedere medewerker. Op de Bosploeg ontmoette ik bijvoorbeeld Thomas, een jongeman die sinds 2011 bij hen werkt. Zijn begeleider Peter vertelde mij dat Thomas in het begin heel verlegen en stilletjes was. Je kon heel weinig met hem doen. Met veel geduld hebben de begeleiders een vertrouwensband met Thomas kunnen opbouwen, waardoor hij zich nu wel vrij voelt om zichzelf te zijn en deel te nemen in de dagelijkse activiteiten. Zelf zegt Thomas hierover: “Het is de beste werkplek die ik ooit gehad heb! Ze kunnen niet zonder mij.” Hij voelt zich zelfs zo vrij dat hij er grapjes durft te maken.
    Wat ik mooi vind aan de deze voorbeelden, is dat ze duidelijk maken dat ‘de zorg’ veel verder kan gaan dan het opvoeden en begeleiden van, en oppassen op mensen met een verstandelijke beperking. Echte zorg draagt ook bij aan de persoonlijke ontwikkeling van een persoon. Dat is eigenlijk een hele belangrijke levensbehoefte, maar daar staat volgens mij niet iedereen bij stil. Bij de dagbestedingsgroepen van Dichterbij doen ze dat wel en dat is prachtig om te zien. Door de verschillende cliënten de kans te geven zich actief en creatief te uiten en te ontplooien, draagt Dichterbij niet alleen bij aan hún leven, maar dragen de cliënten op hun beurt weer bij aan het leven van anderen. Het is dus niet zo dat iedereen de plicht heeft om een bijdrage te leveren aan de samenleving, maar het récht. Net zoals het recht op goede zorg.
    Initiatieven zoals Als je het mij vraagt stimuleren dit en dat is ontzettend belangrijk.

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Nicke Smeets. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter ‘Als je het mij vraagt’.
    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *