• alle tegels
  • columns
  • Melvin

    Blik van Buiten

    Dagbesteding. Gek woord eigenlijk. Want in deze context is het een bestemming. Een plek waar je naartoe gaat om je dag te besteden, alsof je een dag ook níét kunt besteden. Toch is het fantastisch dat het een naam heeft, én dat het bestaat. Want ook al zijn woningen en de gezamenlijke huiskamers gezellig en schoon en comfortabel, geen mens zou er heel de dag kunnen doorbrengen, niet zonder neerslachtig te worden. 

    Daarom zijn er plekken als deze werkplaats. Waar schroefjes worden vastgedraaid, papier wordt versnipperd, gaatjes worden geboord. Een taak voor iedereen. Een tafel voor iedereen. Sommigen zitten vlak bij elkaar in een open ruimte, ook voor de gezelligheid, maar anderen zitten afgezonderd; ze gaan niet goed om met prikkels. ‘Een tijdje had één van hen de pik op me,’ vertelt de stagiaire, een jonge vrouw. ‘Dat was best moeilijk, want hij wilde me pijn doen.’

    Sommigen voeren weinig uit, andere werken geconcentreerd, zonder opkijken. Sommige zijn kribbig, andere vrolijk. Jan, over wie ik vorige week schreef, zit spijkers uit te tellen. Al zeven doosjes gevuld.

    Ik sta met een begeleider te praten wanneer ik hard op mijn schouder wordt gestompt. Een breed lachende jongen. Hij kan niet praten, maar met zijn ogen communiceert hij een duidelijke boodschap: lachen toch? Dit is wat mannen onderling doen, vindt hij.

    Degene met wie ik het meeste aanspraak heb is Melvin. Melvin is een jongen aan wie je kunt zien wie hij was geweest als hij zijn handicap niet had gehad. Alleen de blik in zijn ogen, als hij naar je kijkt, verraadt zijn afwijking. Het is bijna alsof hij vroeger iemand anders was, bijvoorbeeld voor hij een ongeluk kreeg, en alsof ik die oude Melvin voor me kan zien. Het maakt me wat mistroostig, omdat het me confronteert met de willekeurigheid ervan. Hij wel, ik niet. Er hoeft maar ergens iets scheef te zitten, of mis te gaan.

    Melvin is drummer. Hij trad op met de Band Zonder Banaan en kan op zijn telefoon het bewijs laten zien van ontelbare meet & greets met bekende artiesten. Als hij erachter komt dat ik de rapper Fresku ken ontfutselt hij direct mijn mailadres. ‘Ik vind het echt te gek dat je hier bent, Henk. Ik kan zien dat je een goede jongen bent.’

    Toch voel ik me niet zo. Niemand doet zich anders voor dan hij of zij zich voelt. Ik, op mijn beurt, voel me een acteur. Mijn sociaal correcte gedrag, mijn maniertjes, het kanaliseren van ongemak. Wat een verschil met de mensen hier.

    Begeleider Rob is degene die met Melvin meegaat naar optredens als dat van BZB. Ook in zijn vrije tijd. Niet alleen hij doet dat; andere begeleiders doen het ook. Ook Hermi, uit mijn eerste stukje, gaat regelmatig mee met een cliënt die de hort op wil. ‘Die scheidslijn is in dit werk een beetje vaag,’ zegt Rob, een jonge man die zich na een carrière als supermarktmanager heeft laten omscholen. Met andere woorden: het hoort erbij. En misschien, als je hart erin ligt, dat wíl je het ook zo.

    Melvin mag met een begeleider dozen met versnipperd papier gaan wegbrengen naar de afnemer, een bedrijf dat het spul gebruikt als verpakkingsmateriaal voor breekbare producten. Als hij terugkomt zijn zijn spullen opgeruimd. Daar is hij het niet mee eens. De begeleiders weten hem te sussen. Hij ziet mij, denkt aan Fresku en is weer blij.

    Gestaag vordert het werk. Ieder op zijn eigen tempo. Maar het is echt werk. De voldoening is echt. De mensen zijn echt.


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Henk van Straten (De Correspondent, de Volkskrant). Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *