• alle tegels
  • columns
  • Magisch

    Het is half acht. Vier mannen zitten om de salontafel. De koffie is ingeschonken, de stroopwafels staan klaar. Op tv het RTL Nieuws. Elke doordeweekse dag vaste prik, vertelt begeleidster Nina. Zo meteen begint Goede tijden Slechte tijden. Daar is het hun eigenlijk om te doen.

     

    Een beetje achteraf, in een stoel in een hoek van de woonkamer, zit Ad: een stevige man met een timide, kinderlijke uitstraling. Hij draagt een kunstig geverfd T-shirt in prachtig blauw en groen. “Dat shirt heeft Ad zelf gemaakt”, zegt Nina. Ik denk dat ik iets van trots in haar stem hoor. “Ad schildert heel graag, hè Ad?” Ja, zegt Ad, waarop hij Nina om raad vraagt. Hij heeft laatst een T-shirt geverfd en heeft het al een paar keer gewassen, maar op sommige plekken blijft de verf dik op de stof liggen. Dat moet niet. De verf moet in de stof, niet erbovenop. Hoe krijgt hij het goed? Zou het met chloor kunnen? Nina zegt dat hij het niet met chloor moet proberen, maar dat zij het nog eens voor hem zal wassen. Morgen zal ze proberen om het voor hem in orde te make, stelt ze hem gerust. Dan vraagt ze of Ad mij misschien zijn andere werk wil laten zien.

     

    Samen met Nina loop ik achter Ad aan naar de zolderkamer. De grote ruimte is in tweeën gedeeld. Rechts is de slaapkamer, links de woonkamer die ook dienst doet als atelier. Op een tafeltje ligt een stapel van minstens tien grote schildersdoeken. Nog allemaal in de verpakking. Toekomstige kunst. Naast de televisie ligt een minstens zo hoge stapel, maar dan stuk voor stuk kleurrijk beschilderd. Het bovenste doek is volledig voorzien van een patroon van duizenden streepjes en puntjes. Het doet me denken aan Aboriginal-kunst of aan de beroemde Afrikaanse stoffen van het Nederlandse Vlisco.

     

    Wat een mooi patroon, zeg ik tegen Ad. “Wat is een patroon?”, vraagt hij.
    “Hoe lang ben je daar nou mee bezig?”, vraag ik hem. “Ik weet het niet”, antwoordt hij.
    Wat doet het er ook eigenlijk toe? Wat maakt het uit wat een patroon is en hoe lang hij eraan gewerkt heeft? Ad schildert als hij tijd en als hij zin heeft.

     

    Ad laat het schilderij zien waar hij nu mee bezig is. Ik zie een nog grotendeels wit canvas met een verticale en horizontale baan van rode puntjes, als een strik om een cadeautje. “Waar lijkt dit op?”, vraagt hij verwachtingsvol. “Op een cadeautje”, zeg ik. “Goed zo”, zegt Ad. Dan pakt hij een satéprikker. Ik vermoed dat hij me wil laten zien hoe hij te werk gaat, maar in plaats van op het schilderij zet hij een blauw puntje op de nagels van zijn wijsvingers. “En als ik nu zo doe…”, zegt hij, waarna hij even met zijn handen wappert en op zijn vingers blaast, “dan gebeurt er dit.” Ad legt zijn middelvingers op de rand van zijn bureau. “Hoe kan dat?”, vraagt hij. Weer die verwachtingsvolle blik. “Ad heeft iets magisch, hè Ad”, zegt Nina.

     

    Ik zou nog best een tijdje naar de schilderijen van Ad willen kijken, maar het is al laat. Tijd om te gaan. Ik wil Ad een hand geven, maar die heeft nog één truc voor me in petto. “Kijk eens”, zegt hij mysterieus. “Ik heb hier een touwtje en hier een plastic bakje. En als ik nu het touwtje naast het bakje houd, dan gaat het touwtje vanzelf naar het bakje toe. Hoe kan dat?”  Inderdaad, het touwtje in Ads hand wordt door het bakje aangetrokken als een magneet. “Ah, statisch!”, roep ik enthousiast – ik moet denken aan m’n kinderen die gierend van het lachen hun haren rechtovereind zetten door met een ballon over hun hoofd te wrijven. Maar ‘statisch’ is niet juiste antwoord. “Nee”, zegt Nina. “Niet statisch, mágisch!, hè Ad.” Gauw geef ik mijn vergissing toe.

     

     


     

    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook tekstschrijver Jolanda van den Braak. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *