• alle tegels
  • columns
  • Kwiek

    Blik van Buiten

    Er hangen knutselwerken aan de muur. Grote vellen papier met sneeuw gemaakt van watten. Bij Kwiek, een plaats voor dagbesteding, proberen ze te werken met thema’s. Nu is de lente aan de beurt. Kwiek is feitelijk een grote ruimte met tafels om aan te werken en spelletjes aan te doen. Ook staan er een bank en een fauteuil bij het raam aan de straatkant. Het is ochtend, de mensen worden afgezet door busjes. Het niveau is hier niet hoog. Veel mensen met het Syndroom van Down, veel mensen die moeilijk verstaanbaar zijn. Sommigen kunnen helemaal niet praten, alleen maar communiceren middels knikken, wijzen en geluiden maken. Willie en Anita, de begeleidsters, weten in de meeste gevallen precies wat er gevraagd of bedoeld wordt.

    ‘We hebben ook te maken met de vergrijzing,’ zegt Willie, een vriendelijke, zachtaardige en jaloersmakend geduldige vrouw van middelbare leeftijd. ‘De mensen hier worden steeds ouder. En mensen met Down dementeren eerder.’ Veel mensen zijn gelovig. Ook daar houden ze rekening mee. Er komt soms een pastoraal werker.

    Je weet dat het zo is, maar het blijft moeilijk te rijmen: oudere mensen die zich als een kind of zelfs peuter gedragen. Soms kun je het niet meteen aan iemand zien. Dan word je aangekeken, kijk je in heldere ogen en schiet je in je vertrouwde, volwassen gedrag, zoals je bij ieder ander zou doen. Maar vervolgens praten ze niet terug, omdat ze niet kunnen praten, of ze zeggen iets wat je niet begrijpt. Dat moment is iedere keer weer ontgoochelend. Alsof je je hebt vergist in de werkelijkheid zelf.

    Geert is een gezette, kleine man met een baard, waardoor hij een beetje op een kabouter lijkt. Hij gaat aan een bureau zitten met een legpuzzel en werkt daar geconcentreerd aan tot het tijd is om te lunchen. Niets leidt hem af. Af en toe kijk ik naar hem; hij heeft iets weg van een Japanse kalligrafiemeester. Dezelfde toewijding, alsof er jaren van training aan vooraf is gegaan. Wanneer het lunchtijd is staat hij op en schuift hij vrolijk aan. Eerst volledig in het ene moment, dan volledig in het volgende.

    Er wordt gebingo’d en een spelletje gespeeld dat Mollen Mania heet. Met bingo kun je echte prijzen winnen: een armbandje van plastic, een kam. Aan Mollen Mania doen mensen mee die het eigenlijk niet kunnen. Zoals Frits, die zijn poppetje steeds willekeurig ergens neerzet. Het idee eraan mee te doen is voldoende, blijkbaar. Erbij te worden betrokken.

    Dan is het tijd voor het voetenbad van Else. ‘Kijk maar van een afstandje toe,’ zegt Willie tegen me. Else vindt het niet fijn als er commotie is, of als vreemden te dichtbij komen. Ze communiceert alleen met kreunen. Haar lichaam lijkt scheefgegroeid, ze kijkt steeds naar één punt. Ze zit afgezonderd in een stoel, achter een lage kast, zodat ze zich veilig voelt maar toch ook een beetje meekrijgt van alle bezigheden. Haar aldoor aandacht geven gaat niet, daarom deze één-op-één-momenten.

    Willie gaat bij haar zitten, doet alles kalm en met uitleg. Ze praat zacht, zit heel dichtbij. Ze laat het badje vollopen met warm water en wast Else’s blote voeten. Ze blijft praten; het klinkt bijna als neuriën. Else lijkt zich bijna tegen haar aan te vleien. Dan spuit Willie wat parfum op haar nek, wrijft ze wat crème op haar huid. Een ritueel, een cocon van warmte en intimiteit. De wereld om hen heen valt weg. Na een half uur moet Willie weer andere dingen doen. Else blijft zo zitten. Zonder woorden, zonder blijk van gemis of dankbaarheid. Precies zoals ze daarvoor zat. En toch is ze anders. Het contact heeft haar menselijker gemaakt.


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Henk van Straten (De Correspondent, de Volkskrant). Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *