• alle tegels
  • columns
  • Koffietijd

    Mijn vader was jarenlang vrijwilliger bij een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Mijn neef woonde er ook. Eens in de zoveel tijd kwam ik daar, om mijn neef op te halen voor een familieverjaardag of om mijn vader op te zoeken bij zijn activiteitengroep. Dat was altijd leuk. Veel van de bewoners met wie mijn vader aan het figuurzagen of schilderen was, hadden niet veel aanleiding nodig om een gesprekje aan te knopen of een knuffel uit te delen. Ik herinner me een oudere man met een pet waaronder zijn flaporen uit staken. Die oren, daar had hij het altijd over. En over zijn broer in Canada van wie hij de pet had gekregen. Ik hoor het hem nog vertellen met zijn typische stem en manier van praten: hoog, vrij traag en heel duidelijk. Exact op die manier praat ook Wim.

     

    Ik ontmoet Wim bij dagactiviteitencentrum de Dopheide in Gennep. Ik ben daar uitgenodigd om een kijkje te nemen bij de verschillende groepen en schuif aan bij de groep van Wim voor een kop koffie. Als ik binnenkom is ieder voor zichzelf een werkje aan het doen. De een maakt een blokkentoren, de ander een puzzel en weer iemand anders is met een kralenplank in de weer. Maar na een paar minuten stoppen ze daar een voor een mee en lopen of rolstoelen ze richting salontafel. “Je hoeft hier niemand te vertellen wanneer het koffietijd is”, lacht begeleider Jolanda. “Dat voelen ze aan hun water.”

     

    Wim is een van de weinigen van deze groep die kan praten. Binnen twee minuten weet ik dat hij bij de huisarts is geweest, naar de fysiotherapeut moet, bijna jarig is, van mokkagebak houdt, op zijn verjaardag uit eten gaat in het dorp en dat hij over een paar jaar naar een groep voor senioren kan. Toch is het niet zo dat Wim een druktemaker is. Zijn praten valt vooral op omdat de rest zo rustig is.

     

    Mijn kinderen spelen weleens ‘Wie het langst zijn mond kan houden’. Altijd een fijn moment, maar het is altijd van korte duur. En bovendien zit die relatieve rust vol spanning over wie als eerste weer gaat praten.

     

    Dat is bij de Dopheide heel anders. De mensen die niet of maar een paar woorden spreken, houden zich niet in. Zij communiceren wel, maar dan op allerlei andere manieren. Door je aan te kijken bijvoorbeeld, je hand te pakken, naar je te lachen, heen en weer te bewegen, harde of juist zachte geluiden te maken, op te staan en je mee te voeren. Of door bij de salontafel te gaan zitten om duidelijk te maken dat het koffietijd is.
    Begeleider Jolanda heeft niet veel woorden nodig. ‘O ja, ben je dit weekend bij je moeder geweest?’, vraagt ze als Diana een paar klanken maakt waarin ik niet meer dan mompelen hoor. ‘En wat heb je thuis gedaan? Gewandeld?’ Nee, ze heeft helemaal niets gedaan, zegt Diana. Maar dat begrijp ik pas als ik Jolanda plagend hoor zeggen: ‘Wat?! Helemaal niks? Lui ding.’ Diana lacht tevreden.

     

    Mensen als Jolanda verdienen een tegeltje waarop in Delfts blauwe sierletters geschreven staat: ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud en iemand die écht naar je luistert is zijn gewicht in diamanten waard’.

     


     

    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook tekstschrijver Jolanda van den Braak. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *