• alle tegels
  • columns
  • Kalmte en warmte

    Blik van Buiten

    Er zijn een paar dingen die me steeds opvielen, gedurende mijn bezoekjes aan verschillende vestigingen van Dichterbij. Ik was in gedeelde woonkamers, slaapkamers, werkplaatsen, ateliers en een lunchroom. Ik wandelde over straat met cliënten, kwam bij ze thuis en zag ze werken. 

    Wat vaak door me heen schoot was het besef dat deze mensen vroeger aan hun lot werden overgelaten. Ze waren ‘dorpsgekken’, werden opgesloten in gestichten. Ze waren ‘ziek’. Wat fijn, dacht ik steeds, dat ze nu hun eigen kamers hebben, hun eigen werk, verzorging, begeleiding. Dat ze het gevoel hebben echte burgers te zijn. Dat ze kunnen klagen over wie waar zit aan de eettafel. Dat ze ’s avonds samen televisie kunnen kijken. Natuurlijk zullen er in de zorg nog een hoop zaken voor verbetering vatbaar zijn, en hebben we te maken met bezuinigingen, en verandert het beleid wel heel erg vaak en snel. En natuurlijk moet je een situatie niet alleen afzetten tegen de middeleeuwen. Maar niettemin is dat wat me steeds raakte. Toen ik naast een cliënt, een man van bijna zestig, naar zijn dagbesteding liep, en hij naast me wandelde met een grote klompvoet, zag ik hem in gedachten lopen in een oude stad, vermagerd en vuil, gehuld in lappen. Maar in de werkelijkheid liep hij gewoon naar zijn werk, en zei hij vrolijk dat hij op zijn vijfenzestigste met pensioen zou gaan, en dat er een wedstrijd van PSV op de planning stond. Met een begeleider.

    Want dat was nog iets wat me opviel. Wat me raakte. De begeleiders. De kalmte en warmte waarmee sommigen, die in enkele gevallen al meer dan twintig jaar in de zorg werken, te werk gaan. De expertise, de menselijkheid. Hoe ze soms ook in hun vrije tijd cliënten bijstaan, met ze meegaan wanneer ze ergens graag naartoe willen. Soms zelfs op vakantie. Eén begeleider organiseerde werkplaatsen voor cliënten op muziekfestivals. Of regelde optredens.

    Ik werd geraakt door het geduld. Soms leek het alsof er buiten de tijd werd gewerkt. Buiten de wereld. Mij benauwde dat soms; ik had dan de drang om naar buiten te gaan, omdat het me aangreep, omdat ik soms neerslachtig werd van het trage begrip, van de tekortkomingen, van het simpele niveau, van de schrijnende oneerlijkheid: het is maar hoe je wordt geboren. Geraakt door een oudere begeleidster die een cliënt met Down troostte. Gezicht tegen gezicht, terwijl het spuug en de broodkruimels nog op de huid plakte. Ik weet dat ik nu dramatiseer, maar het deed me denken aan de christelijke traditie van de zieken wassen. De voeten kussen van lepra-patiënten. Omdat ze broeders en zusters zijn. Omdat er niemand mag achterblijven. Er schuilt een diep mededogen in. En dat hebben deze mensen.

    Het stelde me gerust. Ik vond het wonderlijk. Hoe goed het in feite bij ons is geregeld. Hoeveel betrokkenheid ik zag. Dat we dit hebben, als maatschappij. Dat we dit kunnen, dat we dit ervoor over hebben. Want dit is waar je aan kunt afleiden hoe het met een samenleving is gesteld. Hoe menselijk we zijn. Hoe ontwikkeld.

     


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Henk van Straten (De Correspondent, de Volkskrant). Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *