• alle tegels
  • columns
  • Ik zie je

    Blik van Buiten

    Niki werkt al vijf jaar bij de bijzondere lunchroom Xieje. Ze is in de twintig, misschien begin dertig. Ze heeft die blik in haar ogen, die gezichtsuitdrukking, van iemand die iedere dag de fratsen van haar personeel meemaakt; grappig, ontroerend, ontwapenend, misschien soms ook een beetje vermoeiend.

    Zo schijnt Leeroy – bril, kort kroeshaar – best wel druk te kunnen zijn. Dat zegt hij zelf ook, met een ondeugende glimlach: ‘Ik kan een beetje druk zijn.’ Hij werkte hier vroeger ook al, en toen even niet meer, vanwege dat druk-zijn, en nu weer op donderdag en vrijdag. Er wordt vandaag overlegd of hij vaker mag komen. Een evaluatie. Dat vindt hij best spannend; hij kan het overleg gewoon zien plaatsvinden aan een tafeltje verderop, maar hij kan het niet horen. Niet dat voor Leeroy alles hiervan afhangt; hij werkt ook nog bij ’t Hout als hulpconciërge. Als hij dat zegt haalt hij zijn schouders op. Zo van: het is mij om het even.

    Ook het personeel moet eten. Ze lunchen in shifts. Ik zit aan tafel bij drie jongedames, waarvan één doof, en een stille jongen. De dames laten elkaar op hun telefoons grappige poezenfoto’s zien. De jongen kijkt steeds weg als ik zijn blik vang. Ik zie niks vreemds aan hem. Ik heb dat al vaker geschreven in de voorgaande stukjes, dat het me in verwarring kan brengen wanneer je aan de buitenkant werkelijk niet kunt zien dat iemand verstandelijk beperkt is. In zijn geval wordt het nog vreemder, maar daarover zo meer.

    De twee meiden kijken naar Hendrik, over wie ik al schreef in het stukje hiervoor. Hij loopt stage en hoopt op een vaste aanstelling. De twee meiden bestuderen hem. ‘Dat gaat zo fout bij de koffiemachine,’ zegt de één. ‘Het wordt nu te druk voor hem.’ ‘Dan moet hij afdrogen, als het te druk voor hem wordt.’ ‘Hij snapt het bestelformulier niet.’ Lekker roddelen tijdens de pauze. Het dove meisje werpt de andere twee een blik toe; de andere twee knikken instemmend. Ze begrijpen elkaar feilloos, ik heb geen idee. De stille jongen glimlacht, eet van zijn boterham, staart naar zijn broodtrommel.

    De lunchroom zit nu lekker vol. Spitsuur. Mensen die van de winkels komen. De laatste vrije tafel wordt bezet door een gezin. Vader, moeder en zoon. Als ze gaan zitten herken ik de zoon. Hij lijkt precies op de stille jongen. Even ben ik totaal beduusd. Ik zoek naar de andere jongen, begin haast te geloven dat het één en dezelfde is. Maar dan zie ik hem. En dan ziet het gezin hem ook. Ze glimlachen.

    ‘We komen voor het eerst naar hem kijken,’ zegt de vader. Hun zoon is al vijftien jaar in de zorg van Dichterbij. ‘We zijn tevreden,’ zegt de moeder. ‘Maar het systeem blijft veranderen, met het PGB en zo, en daardoor weet je nooit helemaal waar je aan toe bent.’ De jongen glimlacht trots als hij met het bestelformulier bij hen aan tafel komt. De twee jongens zijn nu vlak bij elkaar. Broers, op het oog even oud. Hetzelfde gezicht, maar de één geboren met, en de ander zonder verstandelijke beperking.

    Als ik Leeroy weer spreek staat hij breed te glimlachen. Hij is goed geëvalueerd en mag vaker komen werken. Begeleidster Niki lacht hem toe. Ze ziet hem. Iedereen ziet elkaar hier. Niemand zit thuis, niemand blijft ongezien. Daarom heet het hier ook Xieje. Ik zie je. Je wordt gezien. Je bent gezien.


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Henk van Straten (De Correspondent, de Volkskrant). Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *