• alle tegels
  • columns
  • Hard maar waar

    Blik van Buiten

    Met begeleider Hermi loop ik naar het appartementje van een ambulante cliënt. ‘Gerard vindt het niet fijn als je doorvraagt,’ waarschuwt Hermi. Gerard is een psychiatrische cliënt, een andere categorie dan de mensen die ik tot nu toe heb meegemaakt. Hij was ooit stratenmaker. 

    Gerard, een grote man met kort grijs haar, doet open in een zwarte badjas. Ik krijg een slappe hand. De slappe hand wekt meteen associaties met medicatie. Ik versta hem slecht; hij praat binnensmonds. Zijn appartement is klein en Spartaans, maar netjes en strak. Een schilderij van een bloem. Een salontafel met daarop een vierkant aquarium met twee goudvissen. Een grote tv op een nog veel groter tv-meubel, vol met videobanden.

    Hij brengt ons thee. Hermi zit naast hem. Hermi is hier vaak, gewoon, om even te praten. Gerards broer, met wie Gerard een goede band had, is recentelijk overleden. Daarnaast hebben er in korte tijd een aantal dierbare begeleiders ontslag genomen. Hij had een vertrouwensband met hen ontwikkeld. Er was één meisje met wie hij zelfs naar Spanje op vakantie wilde gaan. Dat wil hij nog steeds graag, desnoods alleen: een busreis naar Spanje. Eigenlijk heeft hij alleen zijn zus nog; haar ziet hij soms in het weekend.

    Ik begrijp nu beter wat Hermi bedoelde. Over dat ik niet te veel moet doorvragen. Vlak onder de oppervlakte ligt een hoop pijn begraven. De stilte in het appartement is bijna tastbaar, ook als we met elkaar praten. Alsof onze stemmen niet opkunnen tegen alle uren die Gerard hier in z’n eentje doorbrengt.

    Iedere ochtend staat hij om half vijf al op. Dan kijkt hij films – spannende films – tot om zeven uur De Telegraaf wordt bezorgd. Wat me ontroert is hoe netjes Gerard is. De theekopjes zijn brandschoon. Zijn collectie Movie Box-videobanden staat kaarsrecht. Hij is trots op zijn huishouden.

    Zonlicht valt door de witte vitrages naar binnen. Ik stel me voor hoe die stroken licht gedurende de dag steeds iets verder verschuiven, en hoe Gerard alle tijd heeft om dat te zien gebeuren. Hermi en hij praten over de reis naar Spanje. Over de duo-fiets die aangeschaft gaat worden. Want naar buiten wil Gerard best, mits het niet regent. ‘Aan de regen heb ik altijd al een hekel gehad, al sinds ik stratenmaker was.’ Hermi drinkt thee en luistert. Hij straalt kalmte en aandacht uit. Ook al heeft hij voor Gerard niet de hele dag, hij heeft dit moment wel volledig voor hem.

    Later, als we buiten lopen, vertelt Hermi dat Gerard tijdens het vorige bezoek moest huilen. Hij voelt zich in de steek gelaten door die begeleiders. Tragisch, dat je alleen nog maar mensen hebt die er voor je zijn zolang hun dienstverband duurt. Hard maar waar. ‘Gerard heeft wel echt pech gehad,’ zegt Hermi. ‘Normaal is de doorloop niet zo hoog.’ Niettemin is dat de schrijnende werkelijkheid, hoe groot en luxe de zegen van een zorginstelling ook is: ze kunnen voor je zorgen, ze kunnen er voor je zijn, maar ze kunnen nooit een overleden broer vervangen en nooit helemaal de eenzaamheid wegnemen.

    Ik denk nog vaak aan Gerard. Aan hoe hij tijdens het praten steeds naar zijn vingers keek. Aan de goudvissen in dat kleine, kubusvormige aquarium. Aan de droom in zijn ogen: in de bus naar Spanje, naast iemand die hij vertrouwt, die er voor hem is, hem niet verlaat. Maar ook aan Hermi, die hem helpt, maar die hem ook iedere keer weer in de steek moet laten. En aan die begeleiders, die hem vaarwel moesten zeggen.

     


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook Henk van Straten (De Correspondent, de Volkskrant). Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *