• alle tegels
  • columns
  • Hans twee

    Inmiddels is iedereen thuis op nummer 9. Ik maak kennis met Hans, net als de andere bewoners een zestigplusser. Hans werkt ook bij de Kunstschat en het buurthuis. Enthousiast, grote donkere wenkbrauwen, grijs haar en een stem als schuurpapier. “Ha Luuk, kom je hier werken?” kraakt het.

    Ik leg uit dat ik stukjes kom schrijven. “Ha! Ja!” roept Hans en loopt door om zijn sportspullen te pakken. Op naar de sportschool. En weg is hij.

     

    En daar is nóg een Hans. Of beter gezegd: Hans nummer twee. Hij oogt als een wat zorgelijke, bedachtzame man, in al zijn gedragingen de tegenpool van Hans nummer één.

    “Ha, die Hans,” roept Karin, “goed gewerkt?”

    Hans mompelt iets onverstaanbaars. Als ik me aan hem voorstel, mag ik mee naar zijn kamer. Dat is de grote constante hier in huis: alle bewoners zijn trots op hun kamer.

     

    Hans’ kamer bevindt zich op de begane grond, naast de bijkeuken. Televisie aan de muur en ook hier een overdaad aan foto’s. “Dat ben ik.” Hans wijst op een portretfoto van zichzelf, poserend als prins Carnaval. Mantel om, muts met fazantveren op. “Maar dat was heel lang geleden.”

    Die Hans. Timide pratend, alsof hij niet te veel aandacht op zichzelf wil vestigen. Ik zie hem nog niet in polonaise de complete raad van elf op sleeptouw nemen. Maar dat mag de pret niet drukken.

    “Prins Carnaval!” roep ik uit. “Dat was je toch maar mooi. Ik zou daar hartstikke trots op zijn!”

    Hans niet. Of hij laat het in ieder geval niet merken. Bescheiden, bedachtzaam en altijd met een relativerend woord wanneer het over hemzelf gaat.

    Ik wijs een andere foto aan, waarop hij een baby’tje op de arm heeft. Dat was toen Hans de allereerste keer oom werd. “Nu hebben ze twee van die kleintjes,” glimlacht hij.

     

    Ook Hans is helemaal gek van muziek. Maar voor hem geen André Rieu zoals bij Cees op de kamer. Hans is fan van Willeke Alberti, vandaar haar centraal geplaatste foto. Hij heeft haar zelfs live gezien, in Groesbeek. “Ja, die kon wel goed zingen!” Hans zucht verrukt.

    Maar goed, genoeg over muziek. Liever heeft Hans het met mij over de meer belangrijke zaken des levens: “De gladdigheid op straat.” Hij schudt afkeurend zijn hoofd. “Als je boodschappen gaat doen en er ligt sneeuw, dan is dat niks voor mij.”

    “Sommige mensen vinden sneeuw wel fijn,” werp ik voorzichtig tegen.

    Daarvan is Hans van de hoogte. Sneeuwballen gooien, dat vinden kinderen leuk. Of skiën. Ja, van alles kan in de sneeuw. Maar Hans niet gezien. Lopen wanneer het glad is, bah! Of in de auto door de gladdigheid, dat is ook maar niks.

     

    Tot zover het weer. Hans wijst naar een andere foto: “En dat is mijn broer.”

    “Leuk!” reageer ik enthousiast. Maar Hans wijst alweer naar een andere foto, en weer, en weer, steeds een naam mompelend die ik niet kan verstaan – wel de zin die er steeds op volgt: “Die is er ook niet meer.”

    Pas dan begrijp ik het. Hans somt op welke mensen allemaal ‘weg’ zijn.

    Daarna laat hij een lange stilte volgen.

    “Och…” stamel ik.

    Daar staat Hans, met zijn handen in de zakken. Ik hoor hoe hij met zijn sleutels speelt. “En mijn broer is er ook niet meer. Die was heel erg ziek. Hij at niet meer en toen was het afgelopen.”

    Hans, worstelend met zijn eigen herinneringen. In zijn hoofd liggen de overledenen opgeslagen.

    “Ik vind dat je een hele mooie kamer hebt,” weet ik alleen maar uit te brengen.

     

    “Ach,” zegt Hans. Daar staat hij naast me, wat hoekig scharnierend, een beetje gebogen, met zijn handen in de zakken. Timide mompelend. Hoe moet ik hem typeren? De zachtaardige versie van Statler en Waldorf uit de Muppet Show, dat is Hans.

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *