• alle tegels
  • columns
  • Eenzame opsluiting

    Ik ben in Gennep. Een rustige straat in het 17 duizend inwoners tellende dorp. Drie ruime vrijstaande doorzonwoningen tussen wat oudere huizen. Hier wonen drie groepen verstandelijk beperkten. Op nummer 9 vijf heren op leeftijd, op nummer 11 vijf jongemannen en op nummer 13 vier dames en één jongen. Deze namiddag en avond ga ik bij hen langs.

     

    “Ik krijg altijd de griepspuit van de winter, meneer.” Kokkie heeft het woord tot mij gericht, terwijl hij geconcentreerd kleine vierkantjes uit zijn pannenkoek snijdt. “Krijgt u ook altijd de griepspuit?”

    Nee, vertel ik, ik heb nog nooit een griepprik gehad.

    “Vroeger, bij de zusters, kwamen ze met een groot spuitpistool.” Kokkies stem slaat er een klein beetje van over.

    “Dat was vroeger,” sust begeleidster Karin, “nu is het nog maar een klein prikje.”

    Maar de nonnen deden af en toe lelijk tegen de heren, vroeger, dat wordt al snel duidelijk. Kokkie kan er maar niet over uit. Hij wil opheldering: “Die grote spuitpistolen, waar kwamen die nou vandaan?”

    “Die tijd komt niet meer terug,” zegt Karin. “Vind je dat jammer?”

    “Ikke niet!” roept Kok uit.

     

    Ja, de tijd bij de nonnen. Als cliënten op leeftijd weten de heren daar alles van. Ze weten nog hoe het verboden was om bezoek te ontvangen. Zo ging dat vroeger.

    “De nonnen waren toch wel lief voor jullie?” vist Karin.

    Lief? Ze laat de heren even stoeien met dat woord. Ik zie hen twijfelen. Wordt hier een sociaal wenselijk antwoord verwacht?

    “Nou… Af en toe wel eens niet,” mompelt Kokkie.

    Bijval alom.

    “Wat deden ze dan?” wil Karin weten.

    Streng zijn!

    Er ontvouwt zich een wereld waar ik nimmer weet van had. Vroeger, toen alles veel massaler was, maar ook met minder regeltjes. Met twaalf man op één zaal, met kasten tussen de bedden. Het oude instellingsgebeuren. Privacy was er niet.

     

    Nieuwe cliënten die bij de nonnen introkken, mochten drie maanden lang geen contact met thuis hebben. Niet met broers, niet met zussen en ook niet met de ouders. Ze moesten gehospitaliseerd worden in de instelling en daartoe was afstand geboden, zowel letterlijk als figuurlijk. Ja, nu is er een Deelraad, maar vroeger hadden cliënten geen enkele zeggenschap. En hun familie ook niet. Want de familie kon het niet aan, terwijl de nonnen wél wisten hoe het moest.

    Ik weet niet wat ik hoor. Het riekt bijna naar eenzame opsluiting.

    “Soms deden ze wel eens slaan,” zegt Maurice.

    “Dat mag niet eens!” Kokkie reageert fel. “Handen thuishouden!”

    Tumult aan tafel, maar niet op een vervelende manier. Ieder wil zijn verhaal vertellen.

    Kokkie werd door de nonnen vaak op zijn handen geslagen, vertelt Karin. “En wat zeiden ze dan tegen jou?”

    “De handjes boven de dekens houden!” Kokkie rilt. Hij heeft er nog steeds een trauma van.

    Pas nu begin ik te beseffen hoeveel de heren hebben meegemaakt. De gedachte heeft zich nog niet in mijn hoofd genesteld, of het gesprek draait honderdtachtig graden.

    “Ach, daar moeten we ook niet meer over praten,” zegt Kokkie plots, vergoelijkend, “dat is ook allemaal zo lang geleden.”

    Wat zullen we nou krijgen? “Maar het is wel gebeurd,” stook ik nog even.

    Tevergeefs. Dat was het weer.

    “Kom je morgen weer, Luuk?” vraag Kokkie.

    Ik vertel hem dat ik morgen thuis aan het typen ben.

    “Typen…” mompelt Kokkie.

    “Een verhaal over jullie schrijven. Dat komt op Facebook te staan.”

    “Wanneer heb je feest?”

    “Op de computer,” legt Karin uit. “Net als hier.”

    Achter haar, waar de open keuken overgaat in de huiskamer, staat de tafel met de computer. Daar hebben de heren het niet zo op.

    Via de tegelgesprekken van ‘Als je het mij vraagt’ hebben ze aangegeven dat begeleiders veel te vaak achter de computer zitten. Daarover is iedereen het eens. Begeleiders zijn hartstikke veel tijd kwijt aan registratie en urenverantwoording. Alles moet worden aan- en afgevinkt en dat werkt in de praktijk vaak belemmerend.

     

    Hoe dan ook, nu gaat de computer elke woensdagavond tussen zeven en negen uur uit. Dan is het quality time en gaan ze met zijn allen iets leuks doen. Bijvoorbeeld naar de film. Of sjoelen. Of iets anders leuks.

    “Zoals een griepprik halen?” grijns ik.

    De heren kijken me verschrikt aan. Echt niet!

     

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

     

     

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *