• alle tegels
  • columns
  • Duel

    Mijn laatste bezoek: het dameshuis op nummer 13. De doorzonwoning telt vier dames van rond de veertig die al lange tijd bij elkaar wonen. Plus Mark (31). Hij woont hier nu bijna een jaar. Mark komt van Mariaoord. Het enige wat ik verder over hem te weten kom, is dat hij binnenkort naar zijn ouders gaat. Seppie opzoeken, de kleine baby van zijn zus.

     

    We zitten aan de keukentafel. Mark, klein van stuk, heeft het hoogste woord. Hij beschikt over een aanstekelijke lach, rollende R. Een kleine aardappel in de keel. Behalve dat hij vergroeide handen heeft, kan ik zo op het eerste gezicht weinig aan hem merken dat ‘anders’ is. Of het zou de wijze moeten zijn waarop hij er behagen in schept anderen te snel af te zijn, wanneer het op de tongriem aankomt. Elk gesprek met hem is een duel.

    “Ik ga binnenkort een krabber voor mijn fiets kopen,” begint Mark. Tussen zijn opmerkingen door is hij in de weer met een glas chocomel en een rietje. Het borrelt bubbels en bellen.

    “Wat wil je krabben dan?” vraagt begeleider Tjeu (53).

    “Wat de mensen voor hun auto gebruiken, ga ik voor mijn fiets gebruiken.” Een rollende lach van Mark.

    “Voor de spiegels zeker?” reageert Tjeu, “of ga je gewoon wat in het luchtledige krabben?”

    Mark kijkt Tjeu met pretoogjes aan. “Een rijdende speedboot heb ik al.” Zijn stem wordt schel. “Heb je daar wel eens van gehóórd?” Het woord ‘gehoord’ gooit hij er met een hoge uithaal uit.

    “Ik ben niet doof,” reageert Tjeu.

    “Een speedboot waarmee je kan rijden!”

    Hij blikt als een heertje van stand om zich heen. “Dames en heren, ik kan een hele goede speedboot nadoen hoor! Luister maar!” En daar borrelt de chocomel weer in zijn glas.

     

    Desiree komt de woonkamer binnen. Een vrouw met Down, van middelbare leeftijd. Ze zat boven op haar kamer, maar nu is ze klaar met haar karaoke-show. Ze werkt bij Xieje, de lunchroom, van maandag tot en met vrijdag.

    “Wat doe je daar allemaal?” wil ik weten.

    “Mensen klieren,” valt Mark er tussenin.

    “Je mag geen mensen klieren,” reageert Desiree geschrokken.

    Mark schatert. “Wel waar! Mensen klieren, want ik kom daar ook wel eens hoor!”

    De toon is gezet. Elke keer wanneer Desiree iets wil zeggen, kakelt Mark er doorheen met een schel: ”Desiree is aan het praten!” Hij geniet, babbelt aan een stuk door.

    “Zo gaat dat de hele dag,” zucht Tjeu.

    “Zo gaat dat de hele dag,” papegaait Mark.

     

    Tijd om te gaan. Terug met de auto naar Tilburg. “Verlost van die verschrikkelijke Mark!” roep ik lachend.

    Mark lacht ook. “Ga je ons alweer verlaten, Luuk?”

    “Vind je het gek?” antwoord ik. “Ik loop zo dadelijk huilend naar mijn auto.”

    “Kijk nu toch eens wat je gedaan hebt! Luuk heeft er een trauma aan overgehouden,” roept Tjeu uit.

    Mark lacht lang en schel. “Doe eens allemaal niet zo gek, ja! Klier maar terug! Mag wel! Mag wel!”

    “Nee,” zegt Tjeu, “terugklieren mag niet, want als we jou aanpakken staan we op straat.” Hij knipoogt.

    “Mag wel!” roept Mark, “mag wel! Kom op! Mag wel! Ik vind het ook leuk om zelf te doen.”

    “Hij vraagt er wel om ja,” mompel ik.

    “Van mij mag je dat! Ik heb jou zitten klieren, nu mag je mij klieren. Hup! Terugklieren zeg ik! Doe maar.” Weer die lach. En meteen daarna chocomel drinkend met het rietje.

    “Mag ik over je schrijven, Mark?” vraag ik.

    Mark antwoordt niet. Enkele seconden blijft het stil. Dan haalt hij het rietje uit zijn mond, kijkt op en laat een boer.

    “Lucky Luke!” schatert hij. Klaar voor een volgend duel.

     

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *