• alle tegels
  • columns
  • De Nonnen

    We zitten weer in de woonkamer van nummer 9, in afwachting van het eten. Iedereen heeft zijn vast plek. Ik mag aan het hoofd van de eettafel, waar anders Hans nummer één zit, die nu in de sportschool aan de apparaten hangt.

     

    Cees inspecteert het bestek en de borden. Die liggen niet helemaal recht. De soep komt op tafel. Terwijl begeleidster Karin bezig is met de pannenkoeken, vallen de heren aan. Veel geslurp en het getik van lepels tegen porselein. Verder stilte, af en toe onderbroken door een ‘mmmmh!’. Alleen de muziek van Radio 10 is er continu.

    Iedereen schept twee keer op.

    Of ik een vriend van Karel ben, wil Kokkie plots weten.

    Karel? Geen idee wie dat is. Ik kijk naar Karin, die nog steeds in de weer is met pannenkoeken bakken.

    “Kokkie bedoelt mij,” lacht ze, over haar schouder kijkend. “Hij kan geen ‘Karin’ zeggen.”

     

    Kokkie wil dat Karin een keertje komt kijken wanneer hij aan het werk is. Zijn werk is veranderd. Eerst moest hij dozen sjouwen, maar dat hoeft nu niet meer. Te veel last van zijn rug, want af en toe is het best wel zwaar werk. Wat hij dan doet? “Alleen nog maar dozen kapotmaken,” zegt Kokkie. “Kapotmaken en in de bak gooien.”

    Kokkie is langzaam maar zeker op de praatstoel geklommen. Hij vertelt weer over Nijmegen, de vierdaagse. Die heeft hij drie keer gelopen. Nu mag hij niet meer vanwege een operatie aan zijn hiel. “En ook nog een varkensklep. En een kunstklep en ook aders uit mijn benen.”

    “Een nieuwe hartklep en vier omleidingen,” legt Karin uit. Kokkie is hartpatiënt.

    “Mijn vriendin is dood,” onderbreekt Cees haar.

    “Je vriendin van de foto op de vensterbank?” vraag ik.

    “Ja,” zegt Cees.

    “Wat is er met haar gebeurd? Wil je dat vertellen,” probeer ik voorzichtig.

    “Wat er met haar gebeurd is?” Cees kijkt me niet-begrijpend aan. “Ze is dood.”

    Kokkie knikt instemmend, klaar om het me geduldig uit te leggen. “Ze is er niet meer. Dood, hè.”

    “En de moeder van Erna is er ook niet meer,” zucht Hans Twee, “die was ziek.”

    De ouderdom komt met gebreken, tot de dood aan toe. De bewoners zijn er intensief mee bezig.

     

    Gelukkig is daar de eerste pannenkoek. Voor Maurice, want hij heeft vanavond vergadering van de Deelraad. Daar mogen cliënten van Dichterbij hun zegje doen.

    “Praten over dingen,” zegt Maurice, “wat wij ervan vinden.” Soms is wat daar allemaal besproken wordt, moeilijk te begrijpen. Maurice kan, net als bijna alle andere cliënten, niet lezen. Maar inbreng hebben ze wel.

     

     

    “Wat dat betreft zijn het heel andere tijden dan vroeger,” vertelt begeleidster Karin. Al mijn disgenoten zijn oud genoeg om daarover mee te praten. De tijd van de nonnen! Dat maakt de tongen los van de heren op leeftijd, in huis nummer 9 te Gennep…

     

     

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *