• alle tegels
  • columns
  • De laatste

    Woongroep Het Zand in Cuijk was de derde en laatste locatie die ik bezocht. Ik ging daar dan ook met meer zelfvertrouwen naartoe dan bij het eerste bezoek in Gennep. Voor mijn eerste bezoek was ik bijvoorbeeld bang dat ik niet zou weten hoe ik met de cliënten zou moeten communiceren. Gelukkig bleken de gesprekken eigenlijk steeds vanzelf op gang te komen. Bij binnenkomst werd ik steeds direct door een begeleider of cliënt op mijn gemak gesteld. Bij het derde bezoek wist ik dus dat het een kwestie was van naar binnen gaan en het op me af laten komen.

    Bovendien waren de cliënten op alle locaties heel vriendelijk en beleefd. Zodra ik binnenkwam, gaven ze me direct een hand om zich voor te stellen. Sommige cliënten waren wat verlegen, maar dat werd altijd in korte tijd minder. Wat me in alle drie de huizen opviel, was de gemoedelijke en gezellige sfeer. De bewoners vormden naar mijn idee een soort gezin. Niet alleen door het gezamenlijke ritme; ’s ochtends naar het werk en ’s avonds samen tafeldekken, eten, koffie drinken en televisie kijken, maar ook door de grote onderlinge betrokkenheid. De bewoners wonen vaak al zo lang samen, dat ze elkaars behoeften kennen. Ze weten wanneer hun huisgenoot moe is of honger heeft. De bewoners hebben echt begrip voor elkaar.

    De gemoedelijke en gezellige sfeer vond ik zo leuk, dat ik me erg goed kon voorstellen waarom mensen als begeleider bij een woongroep willen werken. Uit de gesprekken met de begeleiding bleek ook dat die sfeer en het persoonlijke contact met cliënten voor hen vaak de reden is waarom ze met de doelgroep werken. Bij alle locaties zag ik een grote betrokkenheid tussen begeleiders en cliënten. Bijvoorbeeld omdat ze bij elkaar voetbalwedstrijd kijken en met z’n allen uit eten gaan. Niet gek misschien, de begeleiders zijn als een soort tweede ouders volop bij het leven van de cliënten betrokken. Bovendien raken de cliënten volgens mij snel aan anderen gehecht. Als ik na een drie uur durend bezoek wegging, werd er steeds wel door iemand gezegd: “Wanneer kom je weer terug?”

    Ondanks de gezelligheid merkte ik dat het werk ook een andere kant heeft. Iedere bewoner heeft een eigen verhaal en zijn eigen problemen. Die problemen zijn niet altijd direct zichtbaar. Het gevaar daarvan is, volgens meerdere begeleiders die ik heb gesproken, dat bewoners soms overschat worden. De geestelijke of lichamelijke beperkingen zijn namelijk niet altijd direct zichtbaar. Echter, soms kan een duidelijk zichtbare lichamelijke beperking er ook voor zorgen dat je een cliënt juist onderschat. Samengevat in een cliché: you can’t judge a book by its cover.

    Ik ben erg blij dat ik in de wereld van Dichterbij heb mogen kijken. Alle begeleiders en cliënten van Woongroep De Doelen in Gennep, Dagbesteding Castella in Cuijk en Woongroep Het Zand in Cuijk, heel erg bedankt voor de gastvrijheid, de leuke gesprekken en deze mooie ervaring!

     

    Blik van Buiten


    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook copywriter Hanneke van Heijster. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *