• alle tegels
  • columns
  • De dood

    Ik ben in Gennep. Een rustige straat in het 17 duizend inwoners tellende dorp. Drie ruime vrijstaande doorzonwoningen tussen wat oudere huizen. Hier wonen drie groepen verstandelijk beperkten. Op nummer 9 vijf heren op leeftijd, op nummer 11 vijf jongemannen en op nummer 13 vier dames en één jongen. Deze namiddag en avond ga ik bij hen langs.

     

    Het is snijdend koud. Ik bel aan bij het eerste huis, nummer 9. Begeleidster Karin – kort pittig kapsel, grote bril, ik schat haar midden veertig – doet open. “Jij bent Luuk? Kom maar snel binnen. Je mag vanavond met ons mee-eten.”

    Het is rustig in huis, bijna alle bewoners (‘cliënten’ noemt Karin hen) zijn nog aan het werk. Alleen de 64-jarige Maurice is thuis. Hij is samen met Karin aan het koken. Een keurige man met een zachte uitstraling. Overhemd, vest, grijs haar, moderne bril. We lachen verlegen, maar vriendelijk naar elkaar. Gelukkig maar, want voor mij is dit ook allemaal nieuw. Ik kan me niet heugen ooit in mijn leven écht een gesprek te hebben gevoerd met iemand met een verstandelijke beperking.

    Ik val met mijn neus in de boter. We eten pannenkoeken vanavond, met soep vooraf. Maurice is ijverig met een garde in de weer. Voor hem liggen het spek en de plakken kaas.
    De soep is gisteren al getrokken. Karin kijkt hoe het met het beslag gaat. “Zijn de klontjes er al uit?”
    Maar wat Maurice doet, is meer roeren dan kloppen.
    “Heb je een lamme arm?” Karin neemt de garde over. “Misschien wil je Luuk even je kamer laten zien?”
    Maurice schuttert wat. Hij weet zichzelf even geen houding te geven.
    “Of vind je het fijn als ik even met je meeloop?”
    Dat vindt Maurice een beter idee. Gedrieën stommelen we de trap op.
    Iedere bewoner heeft zijn eigen zitslaapkamer met tv. Het doet me denken aan de studentenhuizen waar ik vroeger woonde, maar dan zonder alle troep. In dit huis is alles keurig aan kant.

    Ook de kamer van Maurice straalt orde en netheid uit. Aan de muur hangt een bonte verzameling fotolijstjes. Op elk kiekje prijkt Maurice. Nooit alleen, steeds samen met anderen.
    “Is dat familie van jou?” vraag ik, wijzend op een foto waarop hij te midden van enkele mannen staat die onmiskenbaar op elkaar lijken. Maurice knikt. Hij wijst met zijn hoofd: “Die ene is overleden. Daar heb ik veel verdriet van gehad.”

    Oei.
    Er valt een stilte.
    “Welke bedoel je?” vraag ik voorzichtig.
    “Die ene voor wie ik in Amerika ben geweest,” antwoordt Maurice, “naar het graf.” Hij kijkt me vragend aan. Dat ik dat niet weet!
    “Charles hè,” verduidelijkt Karin. “Kun je Luuk vertellen wie Charles was?”
    “Dat is deze,” antwoordt Maurice. Hij wijst naar een andere foto. Ik zie een man die veel op Maurice lijkt. Dezelfde ogen en kaaklijn.
    Langzaam wordt het verhaal duidelijk. Charles woonde in de Verenigde Staten. In 2008 stierf hij. Eind vorig jaar is Maurice met twee broers naar Amerika geweest, om Charles’ graf te bezoeken.
    Met zijn zessen waren ze thuis, vroeger. Karin noemt de namen van de vier overgebleven broers. Het is iets kleins, maar ik vind het mooi dat ze alle namen weet.
    “En ik,” zegt Maurice.
    Hij staart naar de foto van zijn broer Charles. Wat gaat er allemaal in hem om? Denkt hij net als ‘gewone’ mensen? Zou hij nu denken aan alles wat ze niet samen hebben gedaan – en er ook nooit meer van zal komen? De vanzelfsprekendheid van de toekomst, die zomaar opeens kan wegvallen? Dat er plots geen later meer kan zijn?

    “Ze komen op leeftijd,” verbreekt Karin de stilte, “en dan is de dood heel indrukwekkend.”
    De dood. Zou Maurice de diepte van het woord begrijpen? Ik vraag me soms af of ik het zelf wel begrijp. Eigenlijk is Maurice net als ieder ander, schiet het door me heen, als we even later de trap weer af stommelen. Hij begraaft zijn overleden geliefden niet. Hij neemt ze met zich mee, in zijn hoofd.

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *