• alle tegels
  • columns
  • Cees

    Daar druppelen de overige bewoners van nummer 9 binnen. Eerst Cees. Een slank heertje van begin zestig, met een Brits aandoende snor en een rugzakje over de frêle schouders. Cees werkt bij de sociale werkplaats. Net als Hans en Kokkie. Om acht uur in de ochtend worden ze met een busje opgehaald en nu dus weer netjes thuisgebracht.

    Cees blikt zorgelijk om zich heen. “Ik moet morgen naar Roermond.”

    Karin vertelt hem dat Tjeu meegaat, een van de andere begeleiders.

    “Nieuwe spullen kopen,” zegt Cees. Hij heeft al een nieuwe bril. Die showt hij me trots. Een hip, breed montuur dat prima oogt boven zijn snor.

     

    Terwijl Cees de soep inspecteert, komt Kokkie binnen. Een lange, magere man, grijzend haar, met een wat norse, zenuwachtige blik. Zijn ogen schieten als stekelbaarsjes heen en weer als hij me ziet. “Kom je hier werken?” vraagt hij.

    Ik leg uit dat ik stukjes kom schrijven voor de website van Dichterbij.

    “Oh,” zegt Kokkie. Daarmee is het gesprek afgedaan. Ik moet lachen, maar Kokkie is niet van de makkelijke lach. Hij neemt plaats aan de eettafel en verliest me geen moment uit het oog. Vanuit een ooghoek zie ik hem loeren.

    Ik knipoog naar hem.

    Kokkie kijkt me verbaasd aan. Dan knipoogt hij snel terug en verdwijnt naar boven.

     

    Cees schiet me aan. “Kom eens naar mijn kamer kijken.” Dat wil ik wel. Daar stommelen we weer de trap op. Terwijl Cees de sleutel in het slot van zijn kamerdeur steekt, kijkt Kokkie vanuit zijn kamer – de deur staat open – toe. “Mooi hè,” zegt hij, met een wijds armgebaar zijn eigen kamer introducerend. Ik steek mijn duim omhoog en roep dat ik zo bij hem langskom. Maar nu eerst Cees.

     

    Cees is de gelukkige eigenaar van een kamer boordevol beren en andere knuffels. Maar het eerste waar ik bij binnenkomst tegenop bots, is een grote poster van Donald Duck, op de zijkant van zijn kledingkast. Plus een foto van André Rieu. Voor de rest: héél veel Donald Ducks. Ze liggen keurig op stapeltjes op Cees’ bureau.

    “Ben je fan van Donald Duck?” stel ik de tamelijk domme vraag.

    “Jahaa,” antwoordt Cees.

    “Wat vind je er leuk aan?”

    “Jahaa,” herhaalt Cees. Lichte ergernis.

    Ik stoor hem, want hij is druk bezig: alles wat hij ziet nóg rechter leggen dan het al ligt. Zijn pantoffels in de hoek van de kamer, het vuilnisemmertje onder de wasbak en een enkele Donald Duck die een ietsiepietsie scheef op de stapel ligt. Niets ontgaat hem.

     

    Op de vensterbank staat een foto van Cees met een vrouw. “Wie is dat?” vraag ik.

    “Mijn vriendin,” antwoordt Cees.

    “Je vriendin!” roep ik blij uit. Wat een geschenk voor mij als onervaren gast. Eens zien of we het over haar kunnen hebben, als inkijkje in Cees’ leven.

    “Ja, die is dood,” zegt Cees.

    Oh.

    Daarmee is het gesprek over haar ten einde. Cees is te druk met spulletjes recht leggen, strak in het gelid.

     

    Gelukkig zijn er meer foto’s om over te praten. De hele muur hangt vol. Op één foto staat Cees in zijn eentje, aan het strand. Het is een mooie karakterfoto. Wind met gure wolken op de achtergrond, maar ook wat blauw – precies zoals het leven is.

    “Hé, dat ben jij, aan het strand.”

    Maar Cees schudt zijn hoofd.

    Nee? Ik kijk nog eens. Het is toch echt Cees.

    “Dat is aan de zee,” wijst Cees naar de branding, “niet aan het strand.”

    Klopt als een bus.

     

    Intussen doet hij de gordijnen dicht. Pas dan blikt hij tevreden om zich heen. Alles ligt recht.

    Samen kijken we goedkeurend rond. “Je hebt een keurige kamer,” zeg ik.

    Cees kijkt me glunderend aan. Dan doet hij het licht uit. Tijd om te gaan.

     


    Blik van Buiten

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Luuk Koelman. Hij ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *