• alle tegels
  • columns
  • Berenpoot

    In de gang hoor ik een enorm kabaal. Het lijkt alsof er een grote, exotische vogel richting huiskamer loopt. Wel een vrolijke vogel overigens, want aan alles is te horen dat het geluid wordt voortgebracht door iemand met een goed humeur. Even later komt Ruud binnen, samen met begeleider Marell. Wie van de twee de exotische vogel is, weet ik niet. Maar dat ze nog steeds lol hebben, is duidelijk.

     

    Of ik even plaats wil maken, want ik zit op Ruuds stoel. Ruud ploft neer. Op zijn hoofd een mooie pet, aan zijn voeten een paar enorme, harige berensloffen, waar lange plastic berennagels aan vast zijn genaaid. Van Ruud weet ik al dat hij creatief is. Eerder die dag zag ik aan de muur een mooi schilderij hangen van een haan. De haan is meer dan levensgroot en heeft veren in alle kleuren van de regenboog. Hij staat afgebeeld tegen een achtergrond in roze, groen en blauw. Boven zijn kop schijnt de zon en drijven wolkjes voorbij. Bij zijn poten staan twee namen: Ruud en Thea.

     

    Thea is de moeder van Ruud. Ze maken wel vaker mooie dingen samen. Maar Ruud vindt het ook fijn om in zijn eentje met iets bezig te zijn. In een hoekje van de keuken, net onder het schilderij van de haan, staat een tafel met daarop een grote puzzel. De buitenrand heeft Ruud al bij elkaar gezocht, de binnenring moet nog worden ingevuld. Daar zal hij een behoorlijke kluif aan hebben, want in totaal zijn er 1000 stukjes. Maar Ruud kent het klappen van de zweep: dit is niet de eerste puzzel die hij legt en ook zeker niet de laatste.

     

    Ik zou er wel meer van willen weten, want wat vindt hij zo leuk aan puzzelen? En plakt hij de stukjes uiteindelijk op, zodat hij de puzzel ergens op kan hangen of aan iemand cadeau kan doen? Maar ik durf het niet te vragen. Want Ruud lijkt, meer dan de andere mannen, moeite te hebben met mensen die hij niet kent. Ik wil zeker niet méér druk op hem leggen dan hij aan kan. En bovendien ben ik bang dat ik hem niet goed zal kunnen verstaan. Als ik hem met de begeleiders hoor praten, merk ik dat hij op een bepaalde manier spreekt. Een beetje stoterig misschien. Of minder goed articulerend. Ik kan er niet goed de vinger op leggen, misschien is zijn stem gewoon te zacht om boven al het geroezemoes uit te komen.

     

    Hoe dan ook, ik ken mezelf: als ik iemand niet versta, word ik zenuwachtig. Dan ben ik bang dat ik de ander irriteer en durf ik niet telkens te vragen om een herhaling van de boodschap. Dus dan doe ik maar alsof ik de ander wél versta, terwijl ik geen flauw idee heb wat die gezegd heeft. Ruud zou mijn zenuwen waarschijnlijk aanvoelen en daar op zijn beurt weer onrustig van worden. Ik besluit dat het beter is om ons beidjes dat niet aan te doen en vraag dus niets. Als hij van tafel gaat, zie ik weer die berensloffen. Ruud heeft geen woorden nodig om je hart te stelen.

     


     

     

    Blik van Buiten

     

    Elke week geeft een schrijver of blogger zijn of haar ‘Blik van Buiten’. Zo ook columnist Ingeborg Hakstege. Ze ging langs bij verschillende locaties van Dichterbij, op zoek naar de verhalen achter Als je het mij vraagt.

     

    Reacties:

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *